Een alternatieve fiets Elfstedentocht
Tegenwoordig is het bij ons de traditie om met Koningsdag ergens een paar dagen heen te gaan. Dit jaar was de keuze gevallen op Friesland. Harlingen op precies te zijn. Dan konden we, Nore en ik, gaan fietsen. Dat was niet tegen dovemansoren gezegd. Meteen ontstond het idee om de Elfstedentocht in twee dagen te fietsen. Ik had deze al twee keer in de winter gereden en dat was me goed bevallen. Ik maakte de routes een beetje aan de hand van de ritten die ik al gereden had maar paste deze her en der wat aan.
Dag 1, het noorden
De eerste dag zou het nog niet opschieten wat aantal steden betreft. Na vertrek in Harlingen kwamen we nog in Franeker, Dokkum en Leeuwarden. Voor we vertrokken maakte we ons nog druk om de kleding want het zou niet zo warm worden als eerst was aangegeven en we hadden alleen kort-kort bij ons, gelukkig wel met arm- en beenstukken. Toe we op pad gingen viel het eigenlijk wel mee, de arm- en beenstukken waren wel nodig, maar echt koud was het niet. We verlieten Harlingen en reden in zo'n beetje een rechte lijn op Franeker aan.
In Franeker was het volop versierd voor Koningsdag, maar verder was er niet heel veel drukte. We reden nog langs het planetarium van Eise Eisinga. Tijd voor een bezoek hadden we niet, want waren nog maar koud op pad. Bij het verlaten van Franeker reden we, voor mijn gevoel, een grote leegte in. Hoewel hier wel wat kleine dorpjes zijn komen bijna niemand tegen. Dat was wel lekker want we konden heerlijk doorfietsen. Bij Berlikum werd onze aandacht getrokken door een enorme koepelkerk die hoog boven het dorp uitstak.
Het stuk tussen Franeker en Dokkum is ruim 40 km. En hoewel je soms het idee hebt in niemandsland te rijden is dit gebied zeker de moeite waard, kleine dorpjes, maar ook grotere zoals Stiens. Na Stiens kwamen we langs een icoon van de Elfstedentocht, de brug bij Bartlehiem. Hier kan je de schaatsers twee keer voorbij zien komen als ze naar Dokkum gaan en weer terugkomen uit Dokkum op weg naar Leeuwarden.
Via smalle fietspaden langs de Dokkumer Ee naderde we Dokkum. Hier was het één groot feest. Maar veel last hadden we er niet van. We plofte neer op een terrasje waar het wel even duurde voor we bediend werden. Maar uiteindelijk lieten we de uitsmijter goed smaken en vervolgde we onze weg. Nu reden we via de andere kant van de Dokkumer Ee richting Leeuwarden. Nadat we de hele heenweg tegenwind hadden gehad reden we nu voor de wind. In tegenstelling tot de twee tochten die ik al gereden had, gingen we nu via Munein en Gytsjerk. Deze dorpen liggen op een zandrug wat ineens een heel ander landschap is. Reden we hiervoor door groene weilanden, nu was het boomrijker met een heerlijke klinkerweg. Althans dat vond ik, Nore dacht er totaal anders over.
Via één of ander achterafweggetje reden we Leeuwarden in. Daar was het een drukte van belang. Langs het centrum waar het een groot feest was, reden we naar de 11-stedenhal voor wat foto's. De eerste reeks van steden zaten er nu op. Nu gingen we weer huiswaarts. Ik had een route op de gok gemaakt maar moet zeggen dat het een prachtige route was. Via vele dorpjes reden we slingerend richting Harlingen. Onderweg kwamen we nog langs Tzum. Uit het boek Op reis met de Kameleon herinnerde ik me nog een verhaal over de kerktoren van dit dorp. De kerktoren van Tzum is namelijk de hoogste van Friesland. Toen Oldebroek ook een toren ging bouwen moest de ze de hoogste van Friesland worden, Wat er toen gebeurde kan je hier lezen, het is een vermakelijk verhaal. Redelijk fit kwamen we aan in Harlingen. Het was een mooie fietsdag en we hadden volop genoten.
Dag 2, naar het zuiden
Dag 2 ging in zuidelijke richting. Vandaag stonden er zeven steden op het programma, Dokkum, Sneek, IJlst, Sloten, Stavoren, Hindeloopen en Workum. Deze dag keek ik wel naar uit omdat deze qua route nog mooier is dan de eerste dag. Terwijl ik bij het ontbijt al flink zat te stapelen koste het Nore moeite om uit bed te komen. Ze was niet helemaal fit. Uiteindelijk gingen we op pad. Na wat zoeken verlieten we Harlingen. Mijn Garmin had er nogal wat moeite met de heen en de terugweg die deels gelijk waren. Maar uiteindelijk verlieten we Harlingen via een oude landweg. Met Nore ging het niet goed, ze had last van zadelpijn en besloot terug te keren. Daar kon ik dus solo op pad. In tegenstelling tot gisteren had ik mijn beenstukken al thuis gelaten. Dat was prima te doen. Wederom via kleine dorpjes reed ik op Bolsward aan.
Bij Bolsward zweette ik al aardig en deed mijn armstukken uit en reed nu door naar Sneek. Net als gisteren had ik wel wat tegenwind maar niet al te sterk. In Sneek reed ik langs de Waterpoort en verliet de stad voor de volgende stad, IJlst. Wie door IJlst rijd kan zich niet echt voorstellen dat dit ook één van de elf steden is. Het heeft meer van een langgerekt dorp, maar wel een mooi dorp. Na IJlst kwam het meest lastige stuk. Zo tussen de grote meren zijn er maar weinig wegen. Gevolg is dat een lange provinciale weg naar Spanneburg reed, passeerde onderweg nog het aquaduct van Jeltesloot. Na Spanneburg was het iets leuker rijden en zo kwam ik bij Sloten. Dit is het kleinste stadje van de elf steden maar wel een hele mooie.
Sloten is zoals je zegt klein maar fijn en liet het snel achter me. Ik kwam nu in Gaasterland. Een gebied wat bosrijker en glooiend is. Door de bossen reed ik op het IJsselmeer aan. Het is best leuk hoe je in korte tijd steeds in een ander soort landschap komt. Bij Laaksem stopte ik even voor een cola en een broodje paling. Dit was eigen een leuk plekje. Na de korte stop vervolgde ik mijn weg over de Rode Klif en tussen de muggen en koeien door naar de volgende stad Stavoren. Dat het watersportseizoen begonnen was bleek wel uit het feit dat ik nu bij elke stad wel even moest wachten voor een brug die open stond. In Stavoren reed ik via het alom bekende vrouwtje verder langs de IJsseldijk richting Hindeloopen.
Nadat het kilometers rustig was, was nu wel drukker met veel e-bike stelletjes. Maar zo voor de wind kon ik lekker doorrijden naar Hindeloopen. Daar was het een drukte van belang met toeristen die genoten van het mooie weer. Ik liet Hindeloopen snel achter me en reed verder naar Workum. Ook hier was het druk, niet zozeer in de straten maar wel op het water. Terwijl ik Workum verliet reed ik niet zoals de Elfstedenfietstocht naar Bolsward maar ging meer in noordelijke richting naar Harlingen. Had ik eerst de wind enigzinds in de rug, nu kwam deze meer van voren uit noordelijke richting. Maar ik liet me er niet door verleiden. Ook nu reed ik weer door kleine kerkdorpjes langs Makkum wat ik bewust links liet liggen richting Harlingen.
Bij het binnenrijden van Harlingen had ik alle elf steden echt gehad. Ik nam nog een lusje door het centrum om vervolgens naar ons verblijf te rijden. Moe en voldaan kon ik terugkijken op twee mooie fietsdagen. Friesland blijft een mooie provincie om doorheen te fietsen, zeker als je rust zoekt. Het was ook een mooie manier om de Elfstedentocht te rijden verdeeld over twee dagen. En natuurlijk hielp het mooie weer.
Reacties
Een reactie posten