Doorgaan naar hoofdcontent

Als eerste over de streep

Tot nu toe liep alles op rolletjes voor me. Ik zat met nog 20 km te gaan in de kopgroep. De eerste achtervolgende groep zat al bijna een minuut achter ons. Voor de gein had ik me ingeschreven voor deze wielerklassieker. Wat er bij de inschrijving mis was gegaan weet ik niet, maar ik mocht, zonder licentie, deelnemen met de profs. En daar zat ik dan, als enige met zadeltasje en fietspomp, in de kopgroep. De één na de ander deed een poging om weg te springen maar steeds werd het gat door een knecht dichtgereden. Links en rechts van me zag ik allemaal bekende gezichten welke ik herkende van de tv. Er werd gevloekt en getierd. Althans dat denk ik, want het was in allerlei talen en zo goed is mijn Frans, Spaans en Italiaans ook weer niet.



We hadden nog één heuvel voor de boeg. Vijfentwintighonderd meter aan zeven procent gemiddeld. Ik had me voorgenomen om alles op alles te zetten en aan te klampen. Op deze helling, met name het steile stuk van éénentwintig procent zou de boel wel ontploffen. De kopmannen werden naar voren gebracht. Ik zat bij één van deze mannen in het wiel en reed zo soepel mee naar voren. De klim begon. Hoewel ik had verwacht met mijn negentig kilo nu wel weg te zakken viel dat wel mee. Het duwen en trekken werd erger en langzaam begon de weg steiler te worden. Om mij heen gingen diverse renners staan. Zelf kreeg ik zittend mijn pedalen nog rond. Links en rechts zakte diverse renners weg. Zelf wat grote namen hadden moeite met deze klim. Ik schakelde lichter tot ik bij het steile stuk op mijn lichtste verzet zat, 39 voor en 27 achter. Om mij heen zag ik renners stoempen op hun lichtste verzet, veelal rond de 42 voor en 21 achter. Ik zat nu in het tweede wiel van een harkende prof. Hoewel mijn hartslag ver in het rood was kon ik nog bij blijven. De benen voelde goed.

Het steile stuk zat erop. Het was nog een tweehonderd meter tot de top. Met nog vier man reden we naar de top van de heuvel. Over de top schakelde ik naar een zwaarder verzet. Een lange rechte strook asfalt lag voor ons. Onderin de beugel gaf ik gas. Ik had het idee dat mijn drie medevluchters, zo tegen de wind, wel in mijn wiel zouden hangen. Ik schakelde een tandje zwaarder. Het ging wel lekker zo. Onder mijn arm door keek ik naar achteren. Ik keek recht in de ogen van drie renners die er niet al te fris meer bij zaten. Tegen de 80 km/u denderde we de heuvel af door een dorpje. Trappen had niet veel zin meer. Ik hing over mijn stuur. De weg werd vlakker, de wind stond recht op kop en we hadden nog zo'n vijf kilometer af te leggen. Ik zat onderin mijn beugel. Het tempo lag nog op zo'n vijftig kilometer per uur. Ik keek nog een keer om. Tot mijn verbazing zag ik dat ik een gaatje had. De drie andere renners reden een meter of twintig achter me. 

De supporters langs de kant moedigde me aan. Wellicht totaal geen idee wie ik was. Ik zette nog een keer aan. Mijn benen liepen nu wel vol. Ik keek nog een keer achterom. Het gat leek wel groter geworden. Hoogstwaarschijnlijk speelde ze een spelletje met me, maar ik besloot me niet zonder slag of stoot over te geven. Ik ging nog eens op mijn pedalen staan. De weg maakte een lichte buiging. De wind kwam nu vanaf rechts. Zelf reed ik ook zoveel mogelijk rechts om een beetje in de luwte van de huizen en bossages te rijden. Nog vier kilometer. Ik wierp nog een blik naar achteren. Het gat was weer groter. Zouden de drie achtervolgers alleen maar naar elkaar zitten te kijken. Ik keek nog een keer. Ze leken toch goed samen te werken.

Nog drie kilometer. Ik reed de finishplaats binnen. Toeschouwers schreeuwde, joelde en toeterde me naar voren. Bocht naar links, rotonde over, bocht naar rechts. nog twee kilometer te gaan. Een klinkerstrook leverde geen problemen op. Links en rechts reden motoren met camera's en fotografen. Ik zette nog meer een keer aan. Of het nou veel harder ging weet ik niet. Wat wel harder ging was mijn hartslag die steeg naar ongekende hoogte. Daar was het rode vod. Zou het dan toch gebeuren? Er schoot van alles door me heen. Hoe zou ik over de streep komen? Armen omhoog? één of andere raar symbool?

Nog 500 meter. Als ik nu lek zou rijden en moeten rennen zou ik het volgens mij nog halen. Omkijken durfde ik niet meer. Diep gebogen met een stel benen die op ontploffen stonden en een bloedsmaak in mijn mond zette ik nog één keer aan.

Nog 200 meter. Daar lag de streep voor me. Ik versnelde nog één keer. Door de speakers hoorde ik mijn naam schallen.

Nog 100 meter. Ik wist nog steeds niet hoe ik over de streep zou rijden. Nog 50 meter. Ik stak mijn handen in de lucht. Mijn voorwiel begon te slingeren en voor ik er erg in had lag ik op de grond. Toen ik bijkwam keek ik om me heen. Ik lag naast mijn bed. De kamer was donker. Mijn wekkerradio gaf aan dat het al bijna ochtend was. Wat beduusd stapte ik weer in bed. Ik had het allemaal echt gedroomd.

Reacties